Page:United States Statutes at Large Volume 50 Part 2.djvu/653

From Wikisource
Jump to navigation Jump to search
This page needs to be proofread.


NETHERLANDS-RECIPROCAL TRADE-DEC. 20, 1935 1561 gehouden besprekingen tusschen de vertegenwoordigers van de Nederlandsche Regeering en die van de Regeering van de Vereenigde Staten van Amerika. Gedurende deze besprekingen is tot uiting gekomen een gelijke opvatting tusschen beide Regeeringen, dat, met name, geen van beide Regeeringen op producten van het gebied der andere eenig anti- dumping recht zal leggen, noch eenig nieuw of bijkomend recht ter compensatie van de betaling of toekenning van een premie of uitkee- ring, zonder eerst de andere Regeering, na Haar daarvan langs infor- meelen weg kennis te hebben gegeven, de gelegenheid te hebben ge- boden tot het doen van voorstellen met betrekking tot het voorgenomen recht. Geen beslissing, ten aanzien van het opleggen van een zoodanig recht, zal worden genomen binnen dertig dagen na den datum van de hiervoor bedoelde informeele kennisgeving, tenzij de wet een vroegere beslissing vereischt. Elk, door de andere Regeering ingediend, vertoog zal door de Regeering, welke voornemens is tot deopleggingvanbedoeld recht over te gaan, zorgvuldig in overweging worden genomen. Ik heb de eer Uwer Excellentie de aldus bereikte overeenstemming te bevestigen. Ik neem deze gelegenheid te baat U, Mijnheer de Staatssecretaris, de hernieuwde verzekering mijner hoogste achting aan te bieden. LAMPING Directeur van de Handelsaccoorden. WASHINGTON, D. C. Zijner Excellentie den Heere CORDELL HULL, Secretaris van Staat van de Vereenigde Staten van Amerika, Washington, D. C. [ Translation ] 20 DECEMBER 1935. EXCELLENCY: I have the honor to acknowledge the receipt of your Excellency's note of today's date containing a statement of Your Excellency's understanding of the agreement reached through recent conversations held at Washington by representatives of the Government of the United States and the Netherlands Government with reference to certain special duties. These conversations have disclosed a mutual understanding between the two Governments, which is that neither will impose on products of territories of the other Government any antidumping duty or new or additional duty to countervail the payment or bestowal of a bounty or grant, without first giving the other Government, through an in- formal notice, an opportunity to present representations with respect to the proposed duty. No decision to impose such duty will be made within thirty days after the date of the informal notice, unless an 125151--37-PT II - - - 11